Versie
2010/2011.
ZAKELIJKE GEGEVENS:
De Tweern is een speciale school voor basisonderwijs (SBO)
Adresgegevens
Bezoekadres: Evertsenstraat 100; 4461 XS Goes
Postadres: Postbus 307; 4460 AS Goes
Telefoon: 0113 228864
Fax: 0113 231778
E-mailadres: administratie@detweern.nl
Website: www.detweern.nl
Directie
T.J. Quaak : directeur (tel. privé 0113 563715)
Drs. A. van Trigt: adjunct-directeur (plv. dir.)(tel. privé: 0113 223509)
Drs. M. Nieuwenhuijse: adjunct-directeur (tel. privé: 0113 563857)
Inspectie Primair Onderwijs voor De Tweern:
Email: onderwijsinspectie
Website: onderwijsinspectie
Telefoon voor vragen over onderwijs: 0800-8051 (gratis)
Informatiepunt voor ouders: 0800-5010 Website: infopunt
ouders
Meldpunt vertrouwensinspecteurs: 0900-1113111 (lokaal tarief) voor klachtmeldingen
over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld.
SBO de Tweern is in 1998 ontstaan uit de fusie van twee scholen voor speciaal onderwijs. Sinds de zomer van 2005 is de school gehuisvest op een geheel vernieuwde locatie op de plek van één van de twee voormalige scholen.
De Tweern is een school, die midden in een ontwikkelingsproces staat van inhoud geven aan SBO-onderwijs. Dit houdt onder andere in dat zij zich profileert als een SBO-school binnen het samenwerkingsverband “De Bevelanden”.
Kinderen die in het reguliere basisonderwijs onvoldoende tot hun recht kunnen komen en daardoor aangewezen zijn op speciaal basisonderwijs worden op De Tweern een nieuwe onderwijskans geboden.
De naam DE TWEERN past hier goed bij, want het komt van het werkwoord tweernen en dat betekent het ineendraaien van twee of meer draden, waardoor er een krachtiger koord ontstaat. Dit was ook mede het doel van de fusie van de twee scholen waaruit de Tweern is ontstaan: samen sta je sterker en kunnen we beter inspelen op de gestelde (hulp)vragen van leerlingen en ouders.
Met deze schoolgids willen we u informeren omtrent praktische zaken van de school, die voor het hele schooljaar bekend zijn. Aanvullende informatie ontvangt u gedurende het schooljaar via de maandelijkse nieuwsbrief. Tezamen met deze schoolgids is het handig om de nieuwsbrieven gedurende het schooljaar te bewaren. Schoolgids en nieuwsbrieven zijn ook te lezen op de website www.detweern.nl.
We hopen dat de informatie mag bijdragen tot een optimale samenwerking met u, zodat het komende schooljaar voor uw kind plezierig en succesvol kan verlopen.
Theo Quaak
Directeur SBO de Tweern
De Tweern valt samen met 4 scholen voor Speciaal Basis Onderwijs (SBO), 1 school voor Speciaal Onderwijs (SO) en 3 scholen voor Praktijkonderwijs in Zeeland onder de Stichting “Respont”.
In Goes zijn dat de Tweern (SBO) en de Wissel (school voor Praktijkonderwijs binnen het voortgezet onderwijs).
De andere scholen zijn gevestigd in Terneuzen, Middelburg, Vlissingen en Tholen.
Er is een Algemeen Bestuur dat gezien het samenwerkingsschoolkarakter van de Stichting is samengesteld uit een vertegenwoordiging van leden vanuit het Rooms-Katholiek Onderwijs, het Protestant Christelijk Onderwijs en het Openbaar Onderwijs.
Het bestuur wordt ondersteund door een algemeen directeur. De algemeen directeur dhr. I.J. de Reu is voorzitter van het college van directeuren, waarin alle directeuren van de stichting zitting hebben.
Adresgegevens van het bestuur: Postbus 313 4330 AH Middelburg
Website: respont
Onze school is een SBO-school. Dit betekent dat we een School voor Speciaal Basisonderwijs zijn, waarin we kinderen begeleiden die door hun specifieke leer- en/of sociaal emotionele hulpvragen niet verder op een reguliere basisschool kunnen worden begeleid.
Onze SBO-school heeft samen met zo'n 60 basisscholen op de Bevelanden in een WSNS-samenwerkingsverband afspraken gemaakt om Speciaal Basisonderwijs voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 á 13 jaar te realiseren.
Missie van onze school:
SBO De Tweern biedt ontwikkelingskansen aan leerlingen met specifieke orthopedagogische en/of orthodidactische ondersteuningsbehoefte:
DE TWEERN MAAKT HET ONDERWIJS VOOR ALLE LEERLINGEN PASSEND!!!
Visie van onze school:
Om aan de missie vorm te kunnen geven, hebben we onze visie ontwikkeld. Deze is uitgewerkt binnen de volgende zes belangrijke hoofdthema’s:
a. Identiteit.
Als samenwerkingsschool gaan we uit van gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwelijke en maatschappelijke overtuigingen en stromingen. We leren kinderen respect te hebben voor de verschillen en dus ook voor elkaar.
b. Visie op kinderen.
Alle kinderen zijn uniek, gelijkwaardig, maar niet gelijk. Kinderen ontwikkelen zich altijd, echter niet op dezelfde wijze! Bij de geboorte is in aanleg al veel bepaald en beïnvloeding van de omgeving is wezenlijk. De kinderen op De Tweern hebben door verschillende oorzaken onvoldoende baat bij het volgen van regulier basisonderwijs door o.a.:
• leerproblemen, -stoornissen
• minder zelfvertrouwen
• concentratieproblemen
• gedragsproblemen, -stoornissen
• sociale en/of emotionele problemen
Voor deze problematieken is een intensieve sturing en begeleiding nodig bij het leren en/of in het omgaan met leeftijdsgenoten en volwassenen.
Elk kind heeft de behoefte zich te ontwikkelen en moet daarvoor ook een aangepast onderwijsaanbod aangereikt krijgen. Onze leerlingen ontwikkelen zich zo volledig mogelijk om uit te groeien tot evenwichtige personen, die uiteindelijk zoveel mogelijk zelf kunnen bepalen hoe te handelen en te functioneren. We leren de kinderen dat ze in de maatschappij twee rollen vervullen, een rol als individuele deelnemer en een rol als gezamenlijke deelnemer.
Op onze school gaan we uit van de drie basisbehoeften van een kind:
Relatie:
De school creëert een prettige sfeer van acceptatie en vertrouwen. Daarbij is een persoonlijke relatie met de leerkracht, veiligheid en geborgenheid van groot belang.Kinderen gaan beter presteren als ze zich veilig en gewaardeerd voelen. Kinderen hebben respect voor zichzelf en anderen, waaronder andere overtuigingen en belevingen.
Competentie:
We creëren lessituaties waardoorde kinderen plezier in het schoolgaan, in het leren, in het samenwerken en in het samenspel hebben.
We laten ze ervaren dat ze iets kunnen en daarvoor gewaardeerd worden. Leerresultaten o.a. vanuit thema’s mogen gezien worden!
We gaan uit van wat het kind al kan en weet. We sluiten nauw aan bij hun mogelijkheden en zoeken met het kind naar de zone van de naaste ontwikkeling. Een uitdagende leeromgeving is hiervoor erg belangrijk.
Autonomie:
We nemen de kinderen serieus, accepteren ze zoals ze zijn en hechtenveel waarde aan het zelfstandig kunnen functioneren. Kinderen leren niet alleen op school, maar ook thuis in het gezin en hun directe omgeving. In het proces naar grotere zelfstandigheid leren we kinderen zelf beslissingen te nemen en hierop te reflecteren.
c. Visie op de professionele medewerkers.
Alleen een medewerker met een professionele neutrale, pedagogische- en didactische houding kan een kind goed en positief begeleiden, zonder daarbij de identiteit en/of persoonlijkheid van zichzelf uit het oog te verliezen.
Medewerkers dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het ontwikkelingsproces van iedere leerling. Optimale samenwerking binnen het team, goed klassenmanagement, intervisie, collegiale consultatie en de juiste (na)scholing draagt er toe bij dat kinderen zich binnen hun mogelijkheden optimaal leren ontwikkelen vanuit een zo hoog mogelijk reëel ontwikkelingsperspectief. Medewerkers stimuleren leerlingen en geven ze gelegenheid om zich op verschillende gebieden van kennis en vaardigheden te ontplooien en om zelfredzaam te zijn in allerlei situaties.
De medewerker is zich bewust van zijn rol als begeleider en zal het vertrouwen van kinderen nooit bewust beschamen.
De medewerkers geven de kinderen, volgens vaste afspraken, duidelijk grenzen aan. Deze afspraken zijn vastgelegd middels eenduidige schoolregels, uitwerkingen per bouw en/of kindspecifieke afspraken.
De medewerker kan zich verplaatsen in het individuele kind, in de omgeving waarin een kind opgroeit en gaat met elk kind een persoonlijke en een didactische relatie aan. Daarnaast wordt het groepsproces positief gestimuleerd. Door individuele- en kringgesprekken is de medewerker op de hoogte van de belevingswereld van een kind.
d. Visie op het onderwijs:
Een kind moet zich veilig en vertrouwd voelen in zijn of haar omgeving. Een goede sfeer en een goed pedagogisch klimaat zijn hiervoor heel belangrijk.
Middels gerichte begeleiding in de school, in de groep of op het speelterrein moet het kind merken dat er aandacht en begrip is van een ieder van het schoolteam voor zijn of haar gedrag.
Daarnaast bevorderen we het met plezier en betekenisvol leren van kinderen.
Kinderen leven en leren samen met volwassenen. De school heeft als taak ervoor te zorgen dat kinderen goed begeleid worden in hun ontwikkeling, om later uit te groeien tot zelfstandige deelnemers van onze talige Westerse maatschappij. We bieden de leerlingen kennis en vaardigheden aan die ze nodig hebben. Door extra aandacht te besteden aan ontwikkelingen op het gebied van lezen, spelling, taal en rekenen realiseren we dit ook voor onze kinderen.
Binnen De Tweern wordt in iedere groep met een rooster gewerkt.Wij richten ons programma zo in dat 50% van de onderwijstijd wordt besteed aan lezen, spelling, taal en rekenen. Maar ook binnen de wereldoriënterende vakken is er veel aandacht voor lezen (informatieverwerking) en begrijpend lezen.
Naast de cognitieve vakken zijn de creatieve vakken, wereldoriënterende vakken, sociaal emotionele ontwikkeling en de omgang en samenwerking met anderen ook van groot belang.
Het samenwerken, samen iets beleven, gevoelens delen, iets voor anderen over hebben,
zijn onderdelen van het onderwijspakket van de school. Daarnaast wordt gewerkt aan alle vak- en vormingsgebieden van het basisonderwijs, zoals voorgeschreven in de wet op het primair onderwijs.
Het leerstofaanbod:
In de onderbouw werken we vanuit de basisontwikkeling van ontwikkelingsgericht onderwijs op meerdere vakgebieden. In de midden- en bovenbouw werken we thematisch binnen taal- en wereldoriënterende vakken.
Aandacht voor actuele gebeurtenissen van de omgevingswereld van de kinderen is belangrijk binnen het hele onderwijsproces.
Doordat er veel bekend is van de kinderen middels uitgebreid onderzoek, wordt er ook gericht gewerkt met behulp van groepsplannen en individuele handelingsplannen aan datgene wat het kind nodig heeft. Vanuit het ontwikkelingsperspectief evalueren we jaarlijks, systematisch de kwaliteit van de opbrengsten van de leerlingen en indien nodig wordt het ontwikkelingsperspectief bijgesteld.
Onze schoolorganisatie zit zo in elkaar dat ieder personeelslid zijn/haar werk goed kan doen. Naast professionele en gespecialiseerde leerkrachten zijn er intern begeleiders (IB-ers), remedial teachers (RT-ers), vakleerkrachten, logopedisten, onderwijsassistenten, orthopedagogen/psychologen, psychologisch assistent, fysiotherapeut, maatschappelijk werker, administratieve krachten, (assistent) conciërges en managementleden, die het mogelijk maken om samen het ontwikkelingsperspectief van iedere leerling te realiseren.
e. Visie op contacten met ouders/ verzorgers en anderen
We benaderen ouders gastvrij en we stimuleren open en eerlijke contacten met ouders/ verzorgers. Het deelnamepercentage van oudercontacten groeit naar meer dan 60%.
We stimuleren betrokkenheid van ouders zowel bij het gehele schoolgebeuren als bij de ontwikkeling van hun eigen kind(eren) door middel van het organiseren van structurele oudercontacten. Initiatieven voor tussentijds contact liggen zowel bij school als bij ouders/ verzorgers. Daarom nodigen we ouders van harte uit op de oudercontactavonden om met de leerkracht(en) en onderwijsondersteunend personeel te praten over de leer- en gedragsontwikkeling van hun kind. Tijdens deze gesprekken staan begrip, gezamenlijke aandacht en afstemming in de begeleiding van het kind centraal.
Elk nieuw schooljaar starten we met een kennismakingsmiddag/-avond voor de ouders/ verzorgers. Ouders kunnen dan kennismaken met de groepsleerkracht(en) en andere ouders van leerlingen uit de groep van hun kind. Er wordt informatie gegeven over het nieuwe schooljaar en men krijgt een schoolgids. De groepsleerkrachten gaan op huisbezoek bij alle kinderen uit hun groep. Aan het eind van de maand krijgen alle kinderen een algemene nieuwsbrief mee naar huis. Deze nieuwsbrief en andere algemene informatie is ook te vinden op de schoolwebsite. Daarnaast wordt er extra informatie verstrekt door de onderbouw en de middenbouw middels heen en weer mapjes en een eigen nieuwsbrief en werken alle bovenbouwleerlingen met een agenda.
We organiseren elk jaar diverse activiteiten samen met de kinderen waarbij de ouders voor de eindpresentaties worden uitgenodigd.
Voor speciale ondersteuning is er ten behoeve van kinderen en ouders/verzorgers op school een maatschappelijk werkster. Als schakel tussen thuis en school verzorgt zij oudercursussen, ouder- en kindbegeleiding en ondersteunt zij thuissituaties.
f. Visie op het samenwerkingsverband:
Als school en zorgplatformteam breiden we onze contacten in het samenwerkingsverband uit door middel van het verder uitdragen van onze deskundigheid. De inzet van deze expertise is alleen mogelijk als deze intern aanwezig is. Aan de hand van vragen en/ of ontwikkelingen binnen het Samenwerkingsverband, onderzoeken we wat de mogelijkheden zijn van passende arrangementen ten behoeve van de scholen in het samenwerkingsverband in het kader van Passend Onderwijs.
Activiteiten zijn o.a.:
Tot slot
Samen met u als ouder/verzorger willen wij door samenwerking komen tot een optimale ontwikkeling van uw kind.
Goede samenwerking met u kan alleen ontstaan als er open contact is, zodat problemen op elk gebied bespreekbaar zijn.
Goed contact vraagt van ons en u een open, belangstellende houding. Hierdoor ontstaat een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarin ideeën met elkaar bespreekbaar zijn.
Als een basisschool externe zorg vraagt voor een leerling kan dat via het zorgplatform “De Bevelanden” plaatsvinden. Hebben ouders en basisschool, samen met het Zorgplatform bepaald dat een leerling beter kan worden opgevangen binnen een school voor speciaal basisonderwijs dan op een reguliere basisschool, volgt aanmelding van die leerling bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg. Deze commissie bepaald of de leerling toelaatbaar wordt geacht. Er wordt gekeken op welke manieren kinderen problemen hebben. Over het algemeen is er sprake van ernstige problemen op de volgende gebieden:
Bovenstaande gebieden staan vaak niet op zichzelf, maar vertonen onderlinge samenhang.
Voor nog niet schoolgaande kleuters van o.a. Centrum voor Dagbehandeling voor Kinderen (voorheen MKD), peuterplusgroepen, St. Marie, peutergroep Auris, etc., loopt het aanmeldingstraject ook via de Permanente Commissie Leerlingenzorg.
Om organisatorische redenen worden de groepen binnen de school verdeeld over onderbouw-, middenbouw-, bovenbouw- en schoolverlatersgroepen.
In het schooljaar 2010-2011 wordt er met 19 groepen gestart, die als volgt verdeeld worden:
De nummering binnen de bouwen wordt alleen maar gebruikt om groepen aan te duiden. De leerlingen in de begingroepen van een bouw zijn wel jonger dan die in de eindgroepen van een bouw. B1 ontbreekt bewust in de opsomming. Bij groei van het leerlingenaantal kunnen we deze groep eventueel toevoegen.
Elke groep bestaat in principe uit maximaal 15 tot 17 leerlingen; bij wijze van uitzondering kan er een extra leerling in een groep geplaatst worden. In de onderbouwgroepen gaan we uit van iets minder kinderen per groep met in de observatiegroep maximaal 8 leerlingen. De groepen worden ingedeeld volgens de volgende criteria:
Aan het eind van ieder schooljaar worden de groepen opnieuw ingedeeld, omdat er aan het begin van ieder schooljaar veel nieuwe leerlingen met verschillende leeftijden instromen. Met behulp van bovenstaande criteria wordt voor alle leerlingen individueel bekeken in welke groep ze in het nieuwe schooljaar het beste kunnen worden ingedeeld. De groepssamenstelling bij de start van een schooljaar is tot aan de herfstvakantie nog voorlopig. Eventueel wisselen van groep gebeurt altijd in overleg met de ouders. Gedurende het schooljaar komen er in de meeste groepen nog wel kinderen bij door verhuizing of tussentijdse plaatsing. Worden groepen te groot door tussentijdse instroom, dan kan dit aanleiding geven tot het tussentijds aanpassen van de groepssamenstelling in de loop van het jaar.
Observatiecentrum voor jonge kinderen:
Met de komst van Passend Onderwijs in het vizier en de behoefte aan goede observatiemogelijkheden voor de allerjongsten met speciale onderwijsbehoeften binnen het basisonderwijs is het idee voor het Observatiecentrum Jonge Kind ontstaan.
De leeftijd van de leerlingen die in aanmerking komen voor het Observatiecentrum Jonge Kind ligt rond de 4 en 5 jaar.
Leerlingen binnen het observatiecentrum worden gevolgd en begeleid volgens de richtlijnen van handelingsgericht werken, waarin de onderwijsbehoeften centraal staan. Het observatiecentrum heeft in die zin een zeer open karakter; d.m.v. het formuleren van de onderwijsbehoeften kan een advies gegeven worden welke vorm van onderwijs (regulier onderwijs, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs) het beste aansluit bij de betreffende leerling.
Onderbouw:
In de jongste onderbouwgroep wordt het onderwijs verzorgd voor jonge risicokinderen. Het onderwijs binnen deze groep is gericht op het aanleren van leervoorwaarden binnen een setting waarin opvang, verzorging en speciale begeleiding van kinderen met veelal een complexe tot soms zeer complexe hulpvraag centraal staat. Voor deze kinderen is het belangrijk aandacht te geven aan hun behoefte aan veiligheid, structuur en overzichtelijkheid. De onderwijsomgeving voor jonge risicokinderen sluit nauw aan bij hun belevingswereld. Door een open, luisterende en observerende houding met veel interactiemomenten proberen we kinderen te stimuleren en te verrijken. De kinderen hebben enerzijds een veilige situatie nodig en anderzijds een uitdagende omgeving. Het onderwijs wordt niet in vakken aangeboden maar in activiteiten waarbinnen de verschillende aspecten van de ontwikkeling worden aangeboden middels het principe van ontwikkelingsgericht werken.
Deze werkwijze wordt voortgezet in het onderwijsaanbod binnen de andere groepen van de onderbouw, waar ook een start wordt gemaakt met het aanvankelijk lezen, rekenen en spelling. Kenmerkend voor ontwikkelingsgericht werken is dat de activiteiten binnen betekenisvolle thema’s worden aangeboden. In de hele onderbouw wordt gelijktijdig vanuit hetzelfde thema gewerkt gedurende een periode van 6 - 8 weken.
Systematisch wordt de ontwikkeling van ieder kind geobserveerd en geregistreerd. Het gaat daarbij om de totale ontwikkeling ven een kind en niet alleen om het al dan niet beheersen van specifieke leervaardigheden.
Midden- en bovenbouw.
In de midden- en bovenbouw wordt datgene wat is aangeleerd verder uitgebreid en tevens toegepast in vakken als begrijpend lezen, taalvorming en wereldoriënterende vakken als aardrijkskunde, geschiedenis etc. Vanuit de positieve ervaringen van de leerlingen in de onderbouw met de basisontwikkeling van ontwikkelingsgericht werken heeft de midden- en bovenbouw gekozen om hierbij aan te sluiten middels thematiserend onderwijs binnen het lesaanbod voor “Oriëntatie op de wereld en jezelf” (wereldoriëntatie). Een deel van deze lesstof wordt daarom binnen 2 grote thema’s aangeboden. Vanuit de eigen betrokkenheid van de kinderen bieden we hen allerlei aspecten van de echte wereld in samenhang aan binnen deze thema’s.
Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de sociaal-emotionele vorming, levensbeschouwelijke vorming en creatieve ontwikkeling.
Zelfstandigheidtraining en het vergroten van de weerbaarheid zijn belangrijke aspecten binnen het onderwijsaanbod.
Bovenbouwschoolverlaters.
In de schoolverlatersgroepen ligt het accent tevens op schoolverlating en voorbereiding op het vervolgonderwijs. Via een zorgvuldige procedure wordt beoordeeld wie toe is aan schoolverlating. Deze procedure wordt in hoofdstuk 6 van deze gids uiteengezet.
Voor de weerbaarheidstraining van de schoolverlatersgroepen wordt de methodiek van “Rots en Water” gebruikt.
Om het totale programma van de school te volgen, hoeven niet alle groepen te worden doorlopen.
De aan te bieden leerinhouden worden voor de hele school elke 4 jaar vastgelegd in ons schoolplan. Op basis van de individuele ontwikkelingen van de kinderen van iedere groep wordt periodiek een groepsplan gemaakt voor de vakken technisch lezen, begrijpend lezen, rekenen en spelling. Binnen het groepsplan wordt aangegeven hoe de leerstof wordt aangeboden. Dit kan zijn individueel, in groepjes of klassikaal. Bij deze vakken wordt indien nodig binnen de bouwen groepsdoorbrekend gewerkt. Indien noodzakelijk wordt er een apart handelingsplan voor een kind opgesteld.
Voor de andere vakken wordt de leerstof binnen de eigen groep aangeboden.
Centraal staat het kind in relatie tot zijn/haar onderwijsbehoeften. Het is belangrijk dat het kind plezier heeft in het naar school gaan en in het leren.
De leerstof wordt aangeboden in stapjes, afgestemd op het tempo en de ontwikkelingsmogelijkheden van ieder kind.
Vanuit het feit dat we een samenwerkingsschool zijn worden de lessen levensbeschouwelijk onderwijs binnen de groepen verzorgd met als basis respect voor de opvattingen en levensovertuiging van elkaar.
Zodra de landelijke regelingen en criteria rondom de verwijzingen naar de vorm van voortgezet onderwijs na de zomer bekend worden kan de definitieve werkwijze met data worden vastgesteld. De ouders ontvangen vervolgens een overzicht met de data en informatie voor het hele jaar. Indien nodig worden er speciale nieuwsbrieven uitgegeven.
De informatiebrochure, die de ouders op de startinformatieavond ontvangen, en overige informatie is altijd terug te vinden op de schoolwebsite.
De scholen voor vervolgonderwijs, waar onze kinderen in de regio Goes hoofdzakelijk voor in aanmerking komen, zijn:
een lesplaats van het VO-traject Leerweg Ondersteunend Onderwijs (LWOO)
De resultaten van het onderwijs:
In de afgelopen schooljaren zijn de schoolverlaters vanuit de eindgroepen naar de volgende onderwijsvormen uitgestroomd:
| Uitstroom naar | Schooljaar 2004-2005 |
Schooljaar 2005-2006 |
Schooljaar 2006-2007 |
Schooljaar 2007-2008 |
Schooljaar 2008-2009 |
Schooljaar 2009-2010 |
| Praktijkonderwijs (m.n. de Wissel) |
18 |
15 |
22 |
17 |
18 |
17 |
| LWOO-OPDC (m.n. de Vliedberg) |
20 |
16 |
14 |
14 |
17 |
21 |
| LWOO-VMBO | 18 |
20 |
20 |
13 |
15 |
13 |
| VMBO-basis/kader | 9 |
13 |
3 |
2 |
3 |
6 |
| VMBO-G/T | 4 |
1 |
5 |
|||
| HAVO | 1 |
1 |
||||
| REC-VSO | 2 |
4 |
3 |
|||
| Totalen | 66 |
67 |
63 |
51 |
52 |
65 |
De directie:
De directie bestaat uit 3 leden, die zich bezighouden met het algemene beleid van de school en eindverantwoordelijk zijn voor de gehele organisatie.
Theo Quaak is algeheel directeur en heeft zitting in het college van directeuren van stichting Respont. Voor de toelating van leerlingen heeft hij zitting in de Permanente commissie Leerlingenzorg. Buiten de school onderhoudt hij diverse netwerken en is lid van diverse bestuurlijke netwerken, zowel in het Zeeuwse als landelijk.
Marit Nieuwenhuyse houdt zich hoofdzakelijk bezig met het onderwijskundig proces van de totale school inclusief de schoolverlatersprocedure.
Arno van Trigt heeft met name personeelszaken en financiën in zijn portefeuille en is lid van de coördinatiegroep van het samenwerkingsverband De Bevelanden voor 1½ dag per week.
Arno van Trigt en Theo Quaak vormen samen ook de directie van (een kleine school) SBO De Veste in Tholen.
De groepsleerkracht:
De groepsleerkrachten zijn vanuit hun dagelijkse zorg en omgang met de kinderen van hun groep de eerst verantwoordelijke personen voor de begeleiding van de leerlingen.
Zij worden hierbij ondersteund door de leden van de onderzoeks- en begeleidingscommissie, de logopedist en de intern begeleider.
De intern begeleider:
Een intern begeleider begeleidt voornamelijk de leerkrachten en brengt de situatie van alle leerlingen in kaart. De intern begeleider coordineert de leerlingenzorg.
De remedial teacher:
Apart of in groepjes kunnen kinderen extra hulp krijgen voor de leervakken. De remedial teacher werkt nauw samen met de groepsleerkracht, om nog specifieker op de mogelijkheden en onmogelijkheden van de kinderen in te gaan.
De onderwijsassistent:
In de onderbouw zijn er naast de groepsleerkrachten ook onderwijsassistenten. Deze begeleiden de kinderen en voeren activiteiten uit ter ondersteuning van en in samenspraak met de groepsleerkrachten.
In de midden- en onderbouw begeleidt de onderwijsassistent kinderen en voert activiteiten uit ter ondersteuning van de remedial teacher en/of intern begeleider.
De MRT-er:
MRT staat voor motorische remedial teaching en kan worden uitgelegd als een extra gymles voor kinderen die in de gewone gymles niet voldoende mee kunnen komen. MRT wordt in de gymzaal gegeven middels extra aandacht en specifieke hulp in kleine groepjes. Kinderen komen hiervoor in aanmerking op aangeven van de groepsleerkracht tijdens zorgbesprekingen.
De logopedist:
Uit (screenings)onderzoeken kan naar voren komen, dat een kind taal en/of spraakproblemen heeft, waarvoor de hulp van de logopedist gewenst is.
De logopedist onderzoekt dan of er achterstanden en/of stoornissen zijn op het gebied van taal en spreken, de stemvorming, het gehoor en het mondgedrag.
De behandeling gebeurt in groepjes of individueel op school.
Het komt ook voor dat een kind bij een particuliere logopedist in behandeling is.
De orthopedagoog:
De orthopedagoog is lid van de commissie van begeleiding en houdt zich bezig met de individuele begeleiding van leerlingen met bijzondere leer- en/of gedragsmoeilijkheden.
Zij neemt ook deel aan leerlingenbesprekingen.
De psychologisch assistent:
In samenwerking met de orthopedagoog verricht de psychologisch assistent o.a. diagnostisch onderzoek ter ondersteuning van het handelingsplan van de leerlingen.
De schoolarts:
De schoolarts is lid van de commissie van begeleiding en verricht medisch onderzoek conform de GGD-regeling. Begeleiding van de leerling door ouders/verzorgers is daarbij dringend gewenst. Op verzoek van zowel ouders als school is ook onderzoek mogelijk.
De schoolmaatschappelijk werker:
De schoolmaatschappelijk werker is lid van de commissie van begeleiding en kan behulpzaam zijn bij:
- het bevorderen van een goed contact tussen kind, ouders en school;
- het op elkaar afstemmen van de aanpak van het kind door ouders en school;
- het verwijzen naar en samenwerken met andere instanties die hulp verlenen aan het kind en/of ouders.
Uiteraard zal de eerste aanzet tot maatschappelijke begeleiding van een kind en/of ouders in bijna alle gevallen door de ouders gegeven moeten worden.
De schoolmaatschappelijk werker biedt in overleg met de GGD ook jaarlijks voor ouders cursus “Opvoeden en Zo” aan binnen de school.
Zorgstructuur! Wat is dat?
Wij bedoelen hiermee het begeleiden van de leerlingen vanaf het moment van binnenkomen bij ons op school tot het moment van schoolverlaten.
Vanuit onze school zijn de volgende personen in die begeleiding betrokken:
- groepsleerkracht(en): als 1e aanspreekpunt
- intern begeleider
- remedial teacher
- onderwijsassistent
- logopedist
- vakleerkrachten
- commissie van begeleiding bestaande uit:
* orthopedagoog
* maatschappelijk werker
* schoolarts
* lid managementteam
* intern begeleider
Het kan ook zijn, dat we voor de begeleiding van kinderen meer en/of andere hulp nodig hebben, die wij als school niet kunnen bieden.
Dan wordt er na overleg met ouder/verzorgers externe deskundigheid ingeschakeld.
Hoe pakken we de begeleiding aan?
Aan het begin van ieder schooljaar stellen we voor iedere groep een groepsplan op.
Onderzoeksgegevens en leervorderingen van het schooljaar daarvoor van alle leerlingen van de groep vormen de basis voor dit plan. Leerlingen volgen in principe dit groepsplan, tenzij er om didactische of pedagogische redenen een individueel handelingsplan opgesteld dient te worden. In dit plan vermelden we de (specifieke) hulpvragen van iedere leerling en hoe we met deze vragen in de school en groep gaan werken. Het kan zijn, dat er door leerlingen op bepaalde onderdelen volgens het groepsplan wordt gewerkt en op andere onderdelen volgens een individueel handelingsplan.
In de loop van het schooljaar wordt het groepsplan geactualiseerd.
De voortgang van iedere leerling wordt regelmatig besproken, waarbij het groepsplan met eventueel het individueel handelingsplan steeds centraal staat. Daarvoor organiseren we zogenaamde zorgbesprekingen in de vorm van:
een aantal keren per schooljaar worden individuele leerlingen besproken, die een hulpvraag stellen waar een individueel handelingsplan voor noodzakelijk is. Bij deze leerlingbesprekingen zijn de groepsleerkracht, de intern begeleider, leden van de commissie van begeleiding, een MT-lid en evt. de logopedist, de RT-er of de MRT-er aanwezig.
De voortgang van de leerlingen bespreken we met u als ouders/verzorgers op de contactavonden en het jaarlijkse huisbezoek. De voortgang en de ontwikkeling van de leerlingen verwerken we sinds maart 2008 in een ontwikkelingsperspectief (OPP) voor de onderbouwleerlingen en een uitstroomperspectief (UPP) voor de midden- en bovenbouwleerlingen. Elk jaar wordt in maart met u als ouders/verzorgers dit perspectief in relatie tot de ontwikkeling van de leerling besproken. We vragen u het OPP/UPP-formulier jaarlijks te ondertekenen.
Als er zowel bij u als bij de school behoefte is aan extra overleg, kan dat afgesproken worden.
Voor kinderen die de school gaan verlaten, wordt het begeleidingstraject in het laatste jaar aangepast. De advisering naar het vervolgonderwijs staat dan centraal.
Om de ontwikkeling van de kinderen goed te kunnen volgen, zijn er gedurende het schooljaar regelmatig toetsmomenten. De toetsen worden meestal in de klas door de leerkracht afgenomen. Ook de intern begeleider of de remedial teacher kunnen toetsen afnemen. De meeste van deze toetsen zijn gestandaardiseerde toetsen om leervorderingen bij te houden. Ook de logopedist en/of leden van het begeleidingsteam kunnen begeleidingsonderzoek doen. De resultaten van deze onderzoeken worden altijd eerst met de ouders/verzorgers besproken en vervolgens krijgt u een kopie van het onderzoek mee naar huis.
Voor de vaststelling en begeleiding van dyslexie volgen we op onze school een vast protocol dyslexie. Dit protocol dyslexie ligt op school ter inzage.
In dit protocol worden 3 fasen onderscheiden.
Fase van signalering
a. Signalering bij toelating op school:
Bij toelating op school is er informatie over de leerling beschikbaar. Op grond van die informatie kan dan al bepaald worden of in het kader van dyslexie:
De ontwikkeling van deze leerlingen wordt nauwlettend gevolgd door de groepsleerkracht. de IB-er en eventueel de RT-er. Binnen de mogelijkheden van de school wordt hulp op maat gestart.
Leerlingen met een verzoek voor een dyslexieonderzoek worden op een onderzoekslijst geplaatst. Van risicoleerlingen waarbij tijdens het werken meerdere dyslexiekenmerken te signaleren zijn wordt in een zorgbespreking beslist of ze op een onderzoekslijst geplaatst worden.
b Signalering als een leerling al langer op school zit.
Iedere leerling neemt automatisch deel aan de officiële toetsen volgens de toetskalender. Aan de hand van de resultaten wordt bepaald of de juiste hulp al gestart is of gestart moet/kan worden.
Fase van diagnostiek
Het dyslexieonderzoek wordt gedaan door:
We houden ons hierbij aan de normen zoals vastgesteld door de Gezondheidsraad.
De resultaten van het dyslexieonderzoek worden altijd door de onderzoekers met de ouders besproken. In aansluiting op dit gesprek krijgt u een kopie van het onderzoek mee naar huis.
Fase van behandeling:
In principe wordt de behandeling geïntegreerd in het leerstofaanbod en uitgevoerd door groepsleerkrachten, van wie ook een groot aantal de opleiding dyslexie heeft gevolgd, ondersteund door RT/IB en onderwijsassistenten. In sommige gevallen kan een leerling in het lees- of spellingsgroepje van RT worden geplaatst of komt het in aanmerking voor individuele hulp.
SInds 1-8-2003 is de WEC-wetgeving van kracht voor REC-scholen zoals de Sprienke, de Deltaschool, de Korczakschool en de Kring. Als kinderen voor één van deze scholen in aanmerking komen, ontvangen zij een beschikking van een Commissie van Indicatie(CvI). Bij deze beschikking hoort een budget (ook wel “rugzakje” genoemd), waarmee kinderen eventueel ook op een basisschool kunnen worden opgevangen.
Voor kinderen vanuit het basisonderwijs, die in het bezit zijn van zo’n CvI-beschikking (“rugzakje”), geeft de PCL van ons samenwerkingsverband in principe geen SBO-beschikking voor De Tweern af. Het kind kan namelijk naar een REC-school. Mochten ouders en verwijzende school toch een aanmelding doen bij de PCL om toelating voor de Tweern te vragen voor een leerling met een CvI-beschikking, dan volgt nader onderzoek en worden alle partijen door de PCL gehoord om tot een juiste afweging te komen.
Zit een kind al op de Tweern en komt het kind in het begeleidingstraject op de Tweern in aanmerking voor een CvI-indicatie, dan wordt met de ouders overlegd of het kind op de Tweern met ambulante begeleiding vanuit het REC-cluster kan blijven of beter begeleid kan worden op een REC-school.
| Maandag | 8.45 - 12.00 uur en 12.45 - 15.00 uur |
| Dinsdag | 8.45 - 12.00 uur en 12.45 - 15.00 uur |
| Woensdag | 8.45 - 12.30 uur |
| Donderdag | 8.45 - 12.00 uur en 12.45 - 15.00 uur |
| Vrijdag | 8.45 - 12.00 uur en 12.45 - 15.00 uur |
Elke ochtend gaat de eerste bel om 8.40 uur, zodat de lessen kunnen starten om 8.45 uur.
In verband met zwemmen kunnen de tijden van de middagpauze op donderdag afwijken.
De dagen waarop de kinderen gymmen, berichten wij u aan het begin van het schooljaar in de nieuwsbrief. Voor de gymlessen wordt u verzocht gymspullen mee te geven. Alle kinderen moeten ook een handdoek meenemen, omdat we vanuit hygiënisch en sportpedagogisch oogpunt kinderen willen aanleren na het sporten te douchen.
Zwemonderwijs wordt op donderdag gegeven aan kinderen van de onderbouw en begin middenbouw. Binnen deze zwemlessen kunnen leerlingen hun A- en/of B-diploma halen. De zwemlessen vinden plaats in Sportpunt Zeeland en worden verzorgd door het badpersoneel. Voor oudere leerlingen zonder diploma wordt apart bekeken of er alsnog de gelegenheid is om een diploma te behalen.
Kennismakingsactiviteiten en schoolkampen:
In de eerste paar weken worden er voor alle groepen kennismakingsactiviteiten georganiseerd. Met deze activiteiten kunnen de kinderen van de nieuwe groepen elkaar op een plezierige manier zo snel mogelijk leren kennen. Binnen deze kennismakingsactiviteiten vallen voor de middenbouw (3e schoolweek) en de bovenbouw (2e schoolweek) ook de schoolkampen. De jongste middenbouwgroepen (M1, M2, M3) gaan 2 dagen op kamp. De andere middenbouwgroepen en de bovenbouw gaan 3 dagen op kamp.
De onderbouw (2 dagen) en de schoolverlaters (3 dagen) gaan op het einde van het schooljaar op kamp.
De kosten voor het 2-daagse schoolkamp bedragen € 26,50 per kind en die voor het 3-daagse schoolkamp € 45. De betaling voor de kampen kan in één keer worden gedaan of middels een gespreide betaling. De informatie over de schoolkampen aan het begin van het schooljaar inclusief de wijze van betaling wordt voor de zomervakantie uitgereikt. De informatie over de andere kampen volgt bijtijds in het voorjaar.
De schoolkampen vallen binnen het reguliere lesrooster en daarom gaan we er vanuit dat alle kinderen meegaan.
Excursies:
Het kan voorkomen, dat groepen n.a.v. behandelde leerstof een excursie ondernemen. Deze excursies vinden vrijwel altijd plaats onder de normale schooltijden. Er zijn meestal geen kosten aan verbonden. Soms vragen we uw medewerking om bij het vervoer en/of begeleiding van kinderen te helpen.
Thema’s / projecten:
Tijdens het schooljaar kunnen groepen aan een bepaald project werken, welke vaak afgesloten worden met een presentatie. Gedurende de tijd dat er aan een project wordt gewerkt, kan er van het lesrooster worden afgeweken.
Informatie wordt daar waar mogelijk is gegeven via nieuwsbrief of weekinfo
Diverse sport- en spelactiviteiten:
Van de buitenschoolse activiteiten begeleiden we als school in principe alleen het schoolvoetbal. Aan andere activiteiten zoals avondvierdaagse, dikke bandenrace, atletiekactiviteiten etc. kan in principe wel onder begeleiding van ouders aan worden deelgenomen vanuit school.
Deelname is uiteraard altijd vrijwillig.
Schoolsportolympiade:
Elk jaar doen de schoolverlaters mee met de schoolsportolympiade. Dit is een sportdag voor alle basisscholen uit de gemeente Goes.
Deze sportdag wordt georganiseerd door de gemeente en het CIOS
Voor de overige groepen wordt er op school een eigen sportdag gehouden.
Sinterklaas en Kerst:
Vanzelfsprekend zal aan beide feesten op passende wijze aandacht worden besteed. Al naar gelang de leeftijd van de kinderen zal de invulling per groep of per bouw verschillen. U wordt tijdig ingelicht als er activiteiten plaatsvinden.
Andere bijzondere activiteiten:
In de loop van het jaar vinden er nog een aantal uiteenlopende evenementen plaats. Dit zijn onder andere: talentenshow, kinderboekenweek, paasbrunch en pannenkoekendag. Via de nieuwsbrief informeren we u over de gang van zaken bij deze activiteiten.
Omdat onze school een streekschool is, blijven de kinderen tussen de middag op school over. De leerlingen eten dan samen met een leerkracht in de klas. Voor het eten wordt een ogenblik stilte in acht genomen. In de ochtendpauze krijgen de kinderen de gelegenheid wat fruit en/of drinken te nuttigen. We proberen de kinderen gezonde eet- en leefgewoonten bij te brengen: o.a. gezond eten en drinken en verstandig omgaan met snoep. We hebben daarom ook afgesproken om buiten op het plein niet te snoepen - ook niet voor schooltijd. Wilt u daar rekening mee houden door liefst geen snoep, chips en vormen van energiedranken mee te geven?
Bij verjaardagen mogen kinderen in de ochtendpauze trakteren. Ze mogen zich dan ook laten feliciteren door de andere juffen en meesters van hun bouw.
Ook op onze school komt zo af en toe hoofdluis voor.Na de wat grotere vakanties controleren zogenaamde “pluisjuffen en/of pluismeesters” alle kinderen. Ze krijgen om dat goed te doen instructie van de GGD.
Als hoofdluis ontdekt wordt bij een kind zullen we dat niet gelijk vertellen aan het kind, maar krijgt de hele klas informatie mee naar huis waarop staat dat er hoofdluis is geconstateerd. Van de kinderen die hoofdluis hebben, zal de groepsleerkracht u als ouder of verzorger benaderen.
Ter voorkoming van verspreiding van de luis hangen we in de onder- en middenbouw de jassen al op in de speciale luizencapes. Deze luizencapes zijn ook te koop voor ongeveer €10 via bugbag.nl of via school. Een jas in een plastic zak kan ook, maar kan vervelend zijn bij nat weer.
Tot slot: als er hoofdluis is geconstateerd laten we dat zien door het ophangen van een bordje (“Luis in huis”) bij de ingang.
Het adviesrooster van de provincie Zeeland is de basis voor ons vakantierooster. Aan het Zeeuwse advies zijn nog een aantal studiedagen en vrije dagen toegevoegd.
Vakantierooster voor alle groepen inclusief studiedagen:
De eerste schooldag is dinsdag 7 september 2010.
| Vakantie | begin | eind |
|---|---|---|
| Zomervakantie | 22-07-2010 | 06-09-2010 |
| herfstvakantie | zaterdag 23 oktober | zondag 31 oktober |
| Studiedag | woensdag 17 november | |
| Kerstvakantie | vanaf 12:00 uur op vrijdag 17 december | zondag 2 januari |
| Studiedag | vrijdag 21 januari en maandag 24 januari |
|
| Voorjaarsvakantie | zaterdag 5 maart | zondag 13 maart |
| Meivakantie | donderdag 21 april | zondag 8 mei |
| Pasen | (24/25 april) valt binnen de meivakantie | |
| Hemelvaartsvakantie | donderdag 2 en vrijdag 3 juni | |
| Pinksteren | zaterdag 11 juni | woensdag 15 juni |
| Zomervakantie | donderdag 7 juli | maandag 22 augustus |
Het schooljaar 2011-2012 start op dinsdag 23 augustus 2011
Extra lesvrije dagen voor de onderbouwgroepen en de groepen M1, M2 en M3:
* maandag 29 november
* maandag 14 februari
* vrijdag 4 maart (voorafgaand aan de voorjaarsvakantie)
* woensdag 1 juni (dag voorafgaand aan Hemelvaartsvrij)
Toelichting vakantierooster:
Binnen de schooltijdenwet is bepaald, dat leerlingen gedurende hun 8 leerjaren in totaal recht hebben op 7520 uren les. De school mag deze uren netjes over de 8 leerjaren verdelen en kiest dan voor een onderwijsaanbod van 940 lesuren per jaar.
In schooljaar 2007-2008 hebben we met alle geledingen afgesproken om naar deze urenverdeling van 940 uur toe te gaan voor alle groepen in de toekomst.
We moeten er wel voor zorgen dat alle leerlingen de school verlaten met een totale onderwijstijd van 7520 uur. Daarom hebben we een overgangsperiode t/m het schooljaar 2011-2012 met een onderwijsaanbod voor de groepen M4 t/m de schoolverlaters van 960 uur per jaar en voor de onderbouwgroepen en de groepen M1, M2 en M3 van 940 uur per jaar.
Gedurende het schooljaar hebben we een aantal studiedagen en lesvrije dagen voor het personeel. Op deze dagen zijn de kinderen vrij. In het bovenstaande vakantierooster zijn deze dagen opgenomen. Via de nieuwsbrief wordt u tijdig op de hoogte gesteld van eventuele aanpassingen voor deze dagen.
Bij afwezigheid van een leerkracht proberen we er alles aan te doen om een invaller te vinden. Helaas lukt het door een landelijk tekort aan invalleerkrachten niet altijd om een geschikte invaller te vinden. We zijn dan wel eens genoodzaakt te vragen om de kinderen thuis op te vangen. Lukt dit niet dan proberen we die kinderen op school op te vangen. We sturen kinderen niet zonder brief of telefoontje vooraf naar huis.
Wanneer uw kind ziek is, dan verzoeken we u dat ’s morgens tussen ca 8:30 uur en 9:00 uur liefst telefonisch te melden. Denkt u ook aan het afbellen van de taxi, als uw kind daarmee naar school komt? Het kan voorkomen, dat uw kind om een andere reden niet naar school kan komen of tussendoor even weg moet, b.v. vanwege doktersbezoek. Wilt u dat dan even melden middels een briefje, telefoontje of leerlingagenda?
Meldingen worden door de administratie aan de groepsleerkracht doorgegeven, die vervolgens de afwezigheid vermeldt in de verzuimregistratie.
Het gebeurt regelmatig dat er door sommige ouders/verzorgers niet wordt afgemeld. En als we dan die ouders/verzorgers opbellen, krijgen we soms geen gehoor, of staat de mobiele telefoon niet aan. U zult begrijpen dat er dan een problematische situatie ontstaat.
Zorgt u er in elk geval voor dat u op de één of andere manier bereikbaar bent. Dat is ook belangrijk bij een ongeval of ziek worden van uw kind tijdens de schooltijden.
Verantwoordelijkheid van het melden ligt bij elke ouder/verzorger. Is uw kind niet afwezig gemeld, dan geldt zo’n dag als ongeoorloofd schoolverzuim en dat soort zaken zijn we verplicht te melden aan de leerplichtambtenaar van de gemeente waarin u woonachtig bent.
Mocht het zo zijn dat u uw zoon of dochter niet heeft afgemeld en wij kunnen u niet bereiken, dan treden we met u in overleg over verdere oplossingen. De eerste keer krijgt u daarover een briefje van de school.
Elk jaar opnieuw komen er verzoeken van ouders/verzorgers bij de directie om extra verlof voor hun kinderen buiten de normale schoolvakanties om. Met de meest uiteenlopende redenen komen ouders bij de directie: we hebben een reisje naar Disneyland Parijs gewonnen, opa en oma bieden de kleinkinderen een lang weekend aan, we willen eerder met vakantie om de drukte te vermijden, en dergelijke.
Er wordt wel eens gedacht dat kinderen recht hebben op 10 extra vrije dagen per jaar. Dit is niet juist! Volgens de leerplichtwet kan de directie tot maximaal 10 dagen per jaar extra verlof geven, maar alléén bij “belangrijke omstandigheden of geldige redenen”. Het gaat daarbij o.a. om verlof voor: huwelijken of huwelijks- of werkjubilea binnen de familie; speciale religieuze feest- en gedenkdagen; op vakantie gaan, omdat het door het werk niet anders kan (werkgeversverklaring verplicht). De schoolleiding heeft zich in zulke situaties te houden aan de wettelijke bepalingen van de leerplichtwet. Kinderen vanaf 5 jaar en ouder vallen onder die leerplichtwet. Op aanvraag is een informatiefolder beschikbaar.
Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met de directie. Eventuele verzoeken moeten schriftelijk worden gedaan via speciaal daarvoor bestemde formulieren, die u op school kunt verkrijgen. Verzoeken moeten 8 weken van te voren worden gedaan i.v.m. een eventuele bezwaarprocedure bij afwijzing van het verzoek.
Verlof wegens vakantie is niet mogelijk in de eerste twee weken van het schooljaar.
Over verlof van meer dan 10 dagen per schooljaar beslist de leerplichtambtenaar van de gemeente Goes. Dit is een ambtenaar belast met het toezien op het naleven van de leerplichtwet. Aan deze leerplichtambtenaar wordt ook ongeoorloofd schoolverzuim doorgegeven. Dit is schoolverzuim zonder toestemming. Voor de volledigheid wijzen we u erop dat ook te laat komen onder ongeoorloofd schoolverzuim valt.
Om het voor iedereen op school zo plezierig mogelijk te laten verlopen hebben we de volgende basisregels voor de hele school samen opgesteld:
Deze hoofdregels
worden jaarlijks met de kinderen van de groepen besproken. Vervolgens worden in de groepen samen met de kinderen nadere regels afgesproken, die bij de ontwikkeling van de kinderen uit die groep passen.
Bij voortdurende problemen van kinderen met betrekking tot overtreding van deze basisregels wordt met de ouder(s)/verzorger(s) contact opgenomen en afspraken gemaakt.
Als uw kind thuis signalen afgeeft dat het op school niet goed gaat (bijvoorbeeld gepest worden), wilt u dan contact opnemen met school. Samen kunnen we dan naar een oplossing zoeken.
Bijbehorende afspraken over kleding, schoeisel, petten e.d.
Soms komt het voor dat kinderen kleding, schoeisel of petten dragen of gebruiken, waarvan wij op school vinden dat die niet passen bij onze basisregels. Conform de “leidraad kleding op school” van het Ministerie kunnen we kledingvoorschriften opstellen, zolang deze niet discriminerend zijn en de vrijheid van meningsuiting niet aantasten.
Gelukkig wordt er door onze leerlingen vrijwel altijd kleding, schoeisel en hoofddeksels gedragen op een manier die past bij onze basisregels. Het kan voorkomen dat kinderen iets aan hebben wat er niet bij past, dan zullen we eerst verzoeken aan de kinderen en de ouders/verzorgers om er rekening mee te houden. Bij aanhoudende overtreding kunnen we overgaan tot andere reële maatregelen.
De volgende afspraken gelden op De Tweern:
het dragen van kleding e.d. mag geen ongewenst gedrag/problemen oproepen; bijvoorbeeld kleding met discriminerende teksten;
het dragen van kleding e.d. past bij algemeen geldende fatsoensnormen; bijv. petten afzetten als je binnen bent en geen strandkleding;
het dragen van kleding e.d. moet communicatie mogelijk houden, zowel verbaal als non-verbaal;
het dragen van kleding e.d. moet de veiligheid van anderen niet in gevaar brengen.
Specifieke afspraken:
Klassenschoenen: Bij het binnenkomen op school trekken de leerlingen hun buitenschoenen uit en hun binnenschoeisel aan. Hierdoor blijven de klassen schoner en slijt de vloerbedekking minder snel. Sommige vormen van schoeisel kunnen heel nadelig zijn voor een goede loophouding. Het is de verantwoordelijkheid van u als ouders en van de school om daar heel goed op te letten. Kinderen in de groei zijn erg kwetsbaar voor slechte loop- en zithoudingen. Het dragen van goed binnenschoeisel is daarom belangrijk. Voorbeelden van slecht schoeisel zijn: slippers, instapslofjes of grote beestenpantoffels. Voorbeelden van goed schoeisel zijn: gymschoenen of
Schorsing en verwijdering:
Wanneer een leerling eerdergenoemde basisregels van de school overtreedt kan de directie van de school de betreffende leerling in eerste instantie voor 1 of meerdere dagen uit de klas isoleren. Bij ernstige overtredingen kan de directie besluiten de leerling ook voor bepaal¬de tijd te schorsen zowel intern (wel uit de klas, maar binnen de school op een andere plek) als extern. De school ziet dit als een uiterste maatregel. Voor het extern schorsen van een leerling heeft het bestuur een procedure opgesteld, waaraan de directie zich zal houden. Schorsen kan maximaal voor 2 schooldagen plaatsvinden en kan tweemaal worden toegepast. Na de tweede keer volgt verwijdering van school.
Indien wij een kind op school niet meer verantwoord kunnen begeleiden, dan kan het bestuur een kind onder voorwaarden ook van school verwijderen. De school heeft zich daarbij aan een aantal wettelijke voorschriften te houden. Ook hiervoor is door het bestuur een procedure opgesteld, die momenteel wordt herzien en na vaststelling door de MR eveneens ter inzage komt te liggen op school.
Dossiervorming:
Van elk kind dat onze school bezoekt wordt een dossier bijgehouden. In dit dossier bevinden zich minimaal de bij wet voorgeschreven documenten, bijvoorbeeld de noodzakelijke rapportage die is gemaakt voor de aanmelding en toelating tot de school, zoals psychologisch onderzoek, didactisch onderzoek, medisch onderzoek, sociale anamnese.
Daarnaast wordt hierin die rapportage bijgehouden, die van belang is om een optimale begeleiding aan uw kind te kunnen geven.
De school stelt hoge eisen aan de zorgvuldigheid bij de dossiervorming en volgt de wettelijke bepalingen. Deze houden o.m. in dat dossiers tot 5 jaar nadat de leerlingen de school hebben verlaten, bewaard blijven. Daarna worden ze vernietigd. Dossiers zijn voor ouders ter inzage.
Rages
Soms worden we zowel op school als thuis met zogenaamde rages geconfronteerd. Als zo’n rage aanleiding geeft tot voortdurende conflicten tussen kinderen kiezen we als school ervoor om deze rage op school te verbieden. Via de nieuwsbrief wordt daar dan mededeling over gedaan.
Boodschappen doen:
Het kan voorkomen, dat kinderen uit de bovenbouw- of schoolverlatersgroepen gevraagd wordt een boodschap te doen voor school. Dat kan naar een winkel zijn of b.v. post wegbrengen. Dit kan echter alleen maar met toestemming van de ouders. De school zal aan het begin van het schooljaar aan ouders van kinderen uit deze groepen deze toestemming vragen.
Onze school is in het bezit van een eigen website met daarop een heleboel informatie, waaronder de maandelijkse nieuwsbrief.
Om de website een wat vrolijker uiterlijk te geven plaatsen we ook foto’s op de site. Dit zijn dan foto’s van activiteiten zoals schoolreizen, kampen en projecten die hebben plaatsgevonden. De foto’s worden zorgvuldig geselecteerd voordat we ze op de website zetten. Veelal zal het gaan om overzichtsfoto’s van situaties, waarop niet alle kinderen even duidelijk herkenbaar zijn.
Ondanks dat wij de foto’s verantwoord selecteren voordat wij ze plaatsen, kan het voorkomen dat u liever niet heeft dat uw kind herkenbaar op onze website staat.
Indien u er bezwaar tegen heeft dat uw kind herkenbaar op onze website staat, verzoeken wij u dit dan schriftelijk aan ons kenbaar te maken. Wij kunnen bij het plaatsen van de foto’s hier zoveel mogelijk rekening mee houden.
Overigens heeft u altijd het recht om foto’s van de website te laten verwijderen. Daarvoor dan graag even contact opnemen met de leerkracht.
SVIB is door het team van de Tweern gekozen als een werkwijze om als leerkrachten op een professionele manier met de problemen van leerlingen om te kunnen gaan.
Vanuit een leerling- of groepsbespreking kan een verzoek komen om in een klas video-opnamen te maken. Die opnamen worden gemaakt door en besproken met een collega, die speciaal voor SVIB is opgeleid. De opnamen worden alleen intern gebruikt en er wordt zeer vertrouwelijk mee omgegaan. Ze zijn vooral bedoeld om de leerkracht deskundiger te maken.
Als u bezwaren heeft tegen het maken van video-opnamen voor dit doel, dan willen we dat schriftelijk van u weten aan het begin van het schooljaar. We kunnen daar dan in voorkomende gevallen rekening mee houden.
We streven ernaar om kinderen, als dat verantwoord is, zelfstandig naar school te laten komen (lopend, per fiets of per openbaar vervoer). Kinderen die aangewezen zijn op aangepast vervoer (schoolbus of taxi), komen in aanmerking voor een gemeentelijke regeling. Taxivervoer kan alleen plaatsvinden als de problematiek van de leerling is aangetoond. De schooldirectie stelt hiervoor in overleg met de ouders/ verzorgers een verklaring op ten behoeve van de gemeente waarin het kind woonachtig is.
Deze regeling verschilt per gemeente. In nagenoeg alle gevallen gelden deze regelingen pas boven de afstand van 6 km tussen thuis en school.
Verdere informatie is bij uw gemeente te verkrijgen. Als school kunnen we u daar desgewenst bij helpen.
Als uw kind met de taxi naar school gaat komt het wel eens voor dat u uw kind op school wilt ophalen. Uw kind gaat dan dus niet mee terug met de taxi. Daarvan moet u ons en/of de taxi van op de hoogte stellen middels een briefje of telefoontje. Doet u dit niet dan bestaat het gevaar dat u te laat op school bent. Weten wij dan van niets, dan sturen wij uw kind toch met de taxi mee naar huis. Jammer, want u komt dan voor niks naar school en uw kind staat voor een dichte deur.
Voor vragen kunt u door de week altijd telefonisch contact opnemen met de school (0113-228864) tussen 8.15 uur en 17.00 uur (woensdag tot 13.00 uur).
Heeft u een vraag aan de leerkracht van uw kind, dan kunt u bellen voor of na schooltijd.
Heeft u vragen aan de commissie van begeleiding, dan kunt u het beste contact opnemen met de school op maandagen en dinsdagen.
Uitgangspunt voor sponsoring van materialen en middelen ten bate van De Tweern is het convenant “Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring” dat door de besturenorganisaties, VNG en de staatssecretaris is ondertekend in 2009. Dit convenant is als bijlage in het schoolplan opgenomen.
Het beleid ten aanzien van sponsoring ten bate van De Tweern is gericht op:
Zoals u bij de typering van de school heeft kunnen lezen op blz.
5/6 willen we met u een zo goed en open mogelijk contact onderhouden. Het is belangrijk dat we met elkaar op één lijn zitten, omdat pas dan de meest optimale ontwikkeling van uw zoon of dochter mogelijk wordt.
Daarom nodigen wij u uit om alle contacten met school zoveel mogelijk te onderhouden en vooral te benutten. Dit alles om onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen, met elkaar mee te denken, ideeën aan te dragen en positief kritisch te zijn. Het gaat ons tenslotte allemaal om het welzijn van uw kind.
Oudercontacten:
De eerste oudercontacten hebben tijdens de toelatingsprocedure plaatsgevonden. Als uw kind eenmaal op school zit, zijn er de volgende geregelde oudercontacten.
Groepsavond:
Aan het begin van het schooljaar wordt in elke groep met de ouders het programma voor het komende jaar besproken. Dit is tevens de kennismakingsavond ouders – leerkrachten.
Huisbezoeken:
Ieder jaar komt de groepsleerkracht van uw kind een keer op huisbezoek. Dit gebeurt bij voorkeur voor november en duurt ongeveer een uur. Het is wenselijk dat uw kind voor een deel niet bij dit gesprek aanwezig is. Voorafgaand aan het huisbezoek kan de ouders gevraagd worden om een “kijklijst” in te vullen. Deze lijst wordt dan ook door de leerkracht ingevuld. Beide ingevulde lijsten vormen dan uitgangspunt voor het huisbezoekgesprek. Hoewel de leerkrachten het initiatief zullen nemen, hoeft u niet te aarzelen om deze afspraak zelf te maken, wanneer u daar behoefte aan heeft.
Rapporten en contactavonden:
Tweemaal per jaar krijgen de kinderen een rapport: één voor de kerstvakantie en één op het einde van het schooljaar. Deze rapporten worden naar het kind toe geschreven. Op de rapportbesprekingen in november/december en in juni/juli wordt u als ouders/verzorgers uitgenodigd over de ontwikkeling en vorderingen van uw kind te komen praten met de groepsleerkrachten. Het rapport krijgt u op school uitgereikt, vaarafgaand aan het gesprek, zodat u zich kunt inlezen voor het gesprek. We verwachten dat alle ouders/verzorgers naar de besprekingen komen.
Naast deze 2 rapportbesprekingen is er in maart een derde contactavond waar we met u over de totale ontwikkeling van uw kind willen praten. De nadruk ligt daarbij op het ontwikkelingsperspectief (voor de schoolverlaters hebben we afwijkende data).
Voor alle gesprekken wordt in de regel twintig minuten gereserveerd. Tevens bestaat er de mogelijkheid om met andere mensen van school te praten, die met uw kind werken. U kunt daarbij denken aan: de logopedist, de (M)RT-er, de IB-er, de psycholoog, orthopedagoog of de maatschappelijk werker.
Van tevoren ontvangt u bericht, wanneer de besprekingen plaatsvinden.
Data voor dit schooljaar zijn:
Heen-en-weer-schriftjes / agenda’s:
In de onderbouwgroepen krijgen alle leerlingen een blauw mapje dat dagelijks mee heen-en-weer gaat van school naar huis en van huis naar school. Hierin kunnen ouders en leerkrachten berichtjes schrijven die belangrijk zijn voor die dag of goed om te weten van elkaar. Op het einde van de week zit in de blauwe map ook een weekverslagje van de onderbouw. Van ouders/verzorgers wordt verwacht, dat ze een kort weekendverslag in de blauwe map schrijven.
In de middenbouw wordt er gewerkt met een rode map die dienst doet als heen-en-weerschrift. Ouders en leerkrachten kunnen er berichtjes in kwijt (dagelijks of wekelijks).
In de bovenbouw wordt gewerkt met een agenda voor elke leerling, waarin eveneens dagelijkse informatie kan worden geschreven en waarin aan het eind van de week een korte beoordeling wordt gegeven over de afgelopen week.
Ondersteuning thuis bij leesproblemen:
Op elke school zitten er kinderen met leesproblemen, zo ook bij ons. Veel ouders voelen zich hierbij machteloos en vragen ons hoe zij hun kind kunnen ondersteunen.
Bij leesproblemen gaat het niet alleen om het probleemloos leren lezen. Ook sociaal emotionele aspecten spelen hierbij een rol.
Om kinderen met leesproblemen lekker in hun vel te laten zitten zijn de volgende tips voor ouders van belang:
Maatschappelijk werk:
Op onze school is een maatschappelijk werker in dienst, waarop een beroep kan worden gedaan voor adviezen of incidenteel voor begeleiding in de gezinssituatie.
Nieuwsbrief:
De nieuwsbrief verschijnt in principe elke laatste donderdag van de maand of als daar een speciale reden voor is ook tussentijds. De nieuwsbrief bevat informatie over de algemene gang van zaken op school, die nog niet in de schoolgids staat. Tevens is de nieuwsbrief natuurlijk ook vooral bedoeld om u op de hoogte te houden van actuele zaken. Alle nieuwsbrieven staan ook op onze website.
Procedure gescheiden ouders:
Alle ouders/verzorgers ontvangen een schoolgids. Ook als u gescheiden bent en een zoon of dochter heeft die bij ons op school zit, maar niet bij u woont. Bij het aanmeldingsgesprek komt aan de orde op welke manier u deze gids krijgt. De schoolgids staat ook op de website.
De ouder, waar de leerling woont, krijgt automatisch elke andere informatie. Deze ouder heeft de verantwoordelijkheid om de andere ouder te informeren.
De ouderraad die aan onze school verbonden is, heeft als doel de samenwerking tussen ouders en school te bevorderen. De ouderraad ondersteunt vooral bij allerlei activiteiten op school. Daar heeft de raad actieve ouders voor nodig.
De huidige leden zijn:
Contactpersonen in de ouderraad namens het personeel zijn:
Marit Nieuwenhuyse en Maaike Oosthoek.
Financieel medewerker: Monique Morauw
Ouderbijdrage:
Jaarlijks wordt in de eerste helft van het schooljaar een vrijwillige ouderbijdrage gevraagd door de ouderraad. De ouderbijdragen worden beheerd door de ouderraad. Het geld wordt gebruikt om bij speciale activiteiten extra leuke dingen te kunnen doen, zoals cadeautjes bij Sinterklaas, kerstfeestaankleding en maaltijden, pannenkoeken bakken, schoolverlatersfeest. Ook worden er attenties namens de ouders bij speciale aangelegenheden uit bekostigd.
De hoogte van de ouderbijdrage is voor dit schooljaar € 20,-- per kind. Hiervoor ontvangt u aan het begin van het nieuwe schooljaar een acceptgiro.
Het rekeningnummer waarop de gelden worden verzocht om op over te maken is:
Girorekening : 2686618 t.n.v. “ouderraad de Tweern” te Goes.
Naast bovenstaande vrijwillige ouderbijdrage is er verder nog de financiële bijdrage bij de schoolreisjes en schoolkampen. Zie hiervoor de informatie onder het kopje 10.3.De Medezeggenschapsraad ( M.R.) van De Tweern bestaat uit minimaal 6 leden.
Drie leden vormen de vertegenwoordiging van de ouders en drie leden vertegenwoordigen het personeel van de school. De leden worden benoemd voor een periode van drie jaar.
De huidige leden zijn:
Namens de ouders: Namens het personeel:
Gesprekspartner namens de directie: dhr. Arno van Trigt
De MR is bevoegd tot het bespreken van alles wat voor het reilen en zeilen op de Tweern belangrijk is.
Zij kan het bestuur voorstellen doen en standpunten kenbaar maken.
Over een aantal zaken moet het bestuur instemming of advies aan de MR vragen.
Deze staan beschreven in het Medezeggenschapsreglement. Het reglement kan door ouders ter inzage worden opgevraagd.
Onderwerpen waarover de MR zich buigt, zijn o.a. het schoolplan, de schoolgids met het vakantierooster, het zorgplan en de formatie.
Regelmatig staat in de nieuwsbrief waar de MR zich op dat moment mee bezig houdt.
Verder wordt er ieder jaar een jaarverslag gemaakt dat via de website van de Tweern ingezien kan worden.
Voor meer informatie kan er ook tussentijds met één van de leden contact opgenomen worden.
Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad:
Binnen de Stichting is ook een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad ingesteld.
Hierin worden zaken besproken die voor alle scholen binnen de stichting van belang zijn.
We gaan er vanuit, dat u zelf een Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten. Wij hebben voor de leerlingen een collectieve ongevallenverzekering afgesloten. Deze verzekering geldt tijdens de schooltijd, reistijd, excursies, uitstapjes en schoolkampen.
Door het bestuur is in samenspraak met de GMR een klachtenregeling vastgesteld.
Deze regeling zorgt ervoor dat klachten van een ieder die bij de school betrokken is middels een vast traject behandeld worden. In dit traject is geregeld dat ouders, personeelsleden en leerlingen met hun klacht bij een schoolvertrouwenspersoon terecht kunnen.
Een schoolvertrouwenspersoon begeleidt degene die de klacht inbrengt in de verdere behandeling ervan.
Het bestuur is voor de behandeling van klachten aangesloten bij de klachtencommissie via VBKO. Het bestuur heeft voor de behandeling van eventuele klachten twee bestuursvertrouwenspersonen aangesteld:
- mw.C. M. Dunsbergen, Langevielesingel 46, 4335 AB Middelburg;
telefoon 0118 – 435330 / 06-11262676 email
- dhr. F. Reijnierse, Grote Abeele 9, 4388 VV Oost-Souburg,
telefoon 0118 - 627929 email
De klachtenregeling ligt op school ter inzage.
De klachtenregeling ligt op school ter inzage.
Wanneer u klachten heeft over de gang van zaken op school of in de klas van uw kind, dan kunt u dit bespreken met de leerkracht en indien nodig met de directie. Ook leden van de medezeggenschapsraad kunnen klachten naar voren brengen. In de meeste gevallen zal er een oplossing gevonden worden.
Mevr. Annemieke Vlieger (maatschappelijk werkende) en Mevr. José Poels (orthopedagoge) zijn de interne vertrouwenspersonen van De Tweern. Zij kunnen ouders van advies dienen indien er klachten zijn over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, kindermishandeling, verwaarlozing en pesten.
Wij vertrouwen erop dat ouders en school eventuele problemen snel kunnen oplossen. Mocht onderling overleg niet tot een gewenst resultaat leiden, dan kan gebruik gemaakt worden van de tussenkomst van de eerder genoemde bestuursvertrouwenspersonen.
De onderwijsinspectie heeft tevens een meldpunt vertrouwensinspecteurs, waar u terecht kunt met klachten over bovenstaande punten, maar ook punten als discriminatie, onverdraagzaamheid, radicalisering, extremisme enz.
Het meldpunt vertrouwensinspecteurs is te bereiken onder telefoonnummer 0900 – 1113111.
Voor onze school is een Nood-en Ontruimingsplan opgesteld. In dit plan is o.a. geregeld hoe een eventuele ontruiming zou moeten verlopen. Alle personeelsleden zijn hiervan op de hoogte en weten wat hen te doen staat om iedereen op veilige wijze en zo vlot mogelijk naar een centrale plaats buiten de school te begeleiden. Het ontruimen wordt jaarlijks geoefend.
In samenwerking met de BHV-ers (wettelijk verplicht aanwezige bedrijfshulpverleners) wordt gezamenlijk zorggedragen voor de totale veiligheid op school. Een arbowerkgroep o.l.v. de arbocoördinator heeft daarnaast de taak om binnen de school de BHV-ers aan te sturen en de noodzakelijke controles uit te (laten) voeren. De arbocoördinator is ook lid van de ARBO-commissie van het bestuur.
Omdat wij voldoen aan de eisen voor brandveiligheid beschikt de school over een gebruiksvergunning.
Op school is ook een Veiligheidsplan dat zich richt op een tweetal zaken:
Schoolgids De Tweern schooljaar 2010/2011